Gister ochtend checkten we uit en in het haventje ontbijten we onder een olijfboom. De temperatuur is al zeer aangenaam te noemen. Even later stopt hier de bus die ons naar de haven brengt waar de boot genaamd Artimis komt. Deze brengt ons binnen 4 uur naar Andros. 

We hebben deze boot al eerder gehad en hij staat bekend om te laat te komen. Ik check nog even de tijden bij het ticket bureau en we mogen alvast 30 minuten vertraging in calculeren. Uiteindelijk wordt dit een uur later voordat we aan boord gaan.

Na een uurtje varen belanden we op het open water, er staat flink wat wind. Zo tussen de windkracht zes a’ zeven. Het schip danst op de golven van vijf meter hoog. De zee is overal bedekt met witte schuimkoppen. Als het schip in de golven duikt slaat vaak het zeewater over de boeg. Dit fenomeen moeten we natuurlijk even vastleggen. 

Ik roep Puck en Claudia om te komen kijken, op dat zelfde moment worden ze overspoelt onder een zoutwater douche. Compleet doorweekt komen ze uit de nevel weer tevoorschijn met een brede grijns op hun gezicht. Na vijf minuten in de wind is alles weer droog alleen met de smaak van een zak zoute drop. 

Vlak voor nog een douche

In Siros (hoofdstad van de Cycladen) zetten we passagiers af en nemen we nieuwe passagiers mee. Wat een enorme stad is er zichtbaar vanaf de boot.

De ruige zee zorgt ervoor dat we ook een uur later dan gepland aan komen. Maar bij de haven moeten we wachten. Twee boten voor ons moeten eerst nog uit en inladen. Een half uur later zijn wij aan de beurt. Ondertussen is het genieten van de zon die in de zee zakt. 

We zoeken Stavros en zijn zwarte golf. Hij komt ons ophalen. Maar wie ik ook aanspreekt geen Stavros. Claud en Puck besluiten alvast boodschappen te doen, want ons huis ligt 8 kilometer verderop buiten de bewoonde wereld. Mees en ik zoeken verder en voor de supermarkt zie ik vriendelijk kijkende grijze man mijn kant op lopen en mijn naam uitspreken. 

We begroeten elkaar en ik leg uit dat we nog even boodschappen doen. Zijn handen gebaren rustig aan. Als een team jagen we door de supermarkt heen opzoek naar voedsel voor zeker 4 dagen. Tien minuten later laden we vijftien plastic tasjes aan proviand achter in de zwarte golf. 

We proberen Stavros te vragen of hij lang heeft moeten wachten maar de Engelse taal is hij niet vaardig. Ik pak mijn mobiel en typ de tekst in Google translate en laat het horen via de speaker. Stavros antwoordt met “Né”, wat dus ja betekent in het Grieks. 

Het is ook hier trouwens stevig aan het waaien. We verlaten de verharde weg en klimmen over een roodbruine zandweg zonder vangrail steeds hoger de berg op. Ik ben blij dat het donker is en ik alleen de lichtjes in het dal zie en niet de exacte diepte. Boven op het vlak stuk adem ik weer uit. Maar dan duiken we weer net zo hard naar beneden. Het is wel weer een avontuur.

Dan rijden we de oprijlaan van het huis op. Daar staat Diny (zo klonk het) ons op te wachten. We krijgen een rondleiding door het huis wat acht dagen ons thuis wordt. Het is prachtig met alles erop en eraan. 

Als mijn ogen aan het donker wennen zie ik het strand onder aan het terras liggen. Hier kan ik wel wennen dacht ik nadat ik een slokje koud bier nam. Dat pilsje lag ook al koud klaar! 

Niet veel later kruipen wij ons bed in terwijl de wind om het huis giert. Ik moet aan mijn vader denken, die zei altijd “Weet je wat nu zo zonde is van die wind?” “Het waait allemaal weg”!

Een groet vanuit het winderige buitenleven 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.