Als ik wakker word en de deur van ons terras open sla word ik verrast door het uitzicht over zee, gisteren toen we aankwamen in het donker had ik geen flauw idee waar ik zat. Zelf onder de douche kan ik genieten van dit uitzicht als ik het raampje open zet.


Om 11.00 staat Manos voor ons appartement, hij kijkt wat treurig en zo is ook het nieuws wat hij brengt. Hij heeft geen ander appartement kunnen vinden dat vrij is. Er was nog wel een twee persoons appartement vrij waar een extra bed in gezet kon worden en we in het tweepersoons bed konden inschikken tot drie. We wisten al dat dat het niet ging worden maar uit beleefdheid bekeken we het kamertje en bedankte vriendelijk. Manos bracht ons naar de haven waar  de pond over een half uur naar Milos zou varen. We bedankte Manos voor al zijn gastvrijheid en inzet en zwaaide hem uit terwijl zijn rode auto aan de horizon verdween.


Binnen een half uur varen we de kleine haven van Apelonia binnen. Het ziet er best schattig uit maar ook hier staat niemand op ons te wachten om een kamer aan te bieden. We gaan zelf op pad maar overal waar we aankloppen krijgen we te horen dat het volgeboekt is. Dan nemen we de bus naar Adamas, hier is de grote haven voor als we verder gaan hoppen. In de bus komen we er achter dat de boot naar Sérifos over 10 minuten vertrekt vanuit Adamas. We besluiten in Adamas niet verder te zoeken ook omdat het ons wat te groot lijkt. We zien vanaf de hoger gelegen weg de boot nog aan de kade liggen, het zal krap worden. Als de bus beneden aan de weg stopt stappen we uit. Als we de hoek om lopen zien we dat we iets te vroeg zijn uitgestapt voor de boot. Tussen ons en de boot ligt zeker nog een kilometer lopen. “Kut” weergalmt er tussen de Griekse bergen en wat waarschijnlijk door iedere priester in zijn klooster hoorbaar is.

De bus rijdt voor ons weg  en er zit niets anders op om flink door te stappen. Ik zie in de verte dat er auto’s uit de boot komen rijden, dat geeft ons hopelijk iets meer tijd omdat het inschepen nog moet plaats vinden. We lopen nog iets harder en bereiken de havenpolitie die voor de boot staat, de kade is inmiddels helemaal leeg. Ik vraag of ik aan boord een kaartje kan kopen, dat is niet mogelijke en ze wijst naar de toeristen informatie aan de andere kant van de weg. Ze zegt als we opschieten dat we het misschien nog halen. Puck en Mees blijven bij de boot en Claud en ik sprintte naar de overkant waar we tijdens het naar binnen rennen gelijk om kaartjes roepen. 

Hier krijgen we eerst maar twee kaartjes dus duurt het nog langer voordat de andere twee zijn uitgeprint. Ik kan gelukkig contant afrekenen en dat scheelt weer tijd. Met de kaartjes in ons hand rennen we weer naar de overkant waar de boot nog steeds ligt. Tegelijkertijd roepen we onder het rennen dat het net is of we in programma Pekingexpres zijn terecht gekomen. Puck en Mees sluiten achter ons aan en zwaaiend met de kaartjes rennen we als laatste passagiers de boot in, achter ons horen we de boot deur sluiten als we de trap op lopen. Yesssssssss, we hebben het gehaald. Dag Milos en hallo Sérifos.


Althans eerst moeten we nog twee uur varen, we komen tot de conclussie dat het in het hoogseizoen op de Cycladen lastiger is om een plek te vinden om te slapen. Vier jaar gelden hadden we op de Saronische eilanden nergens een probleem gehad. Ook waren we toen als eerste met onze schoolvakantie. Ach het is wat meer avontuur zo. Na twee uur stappen we weer van de boot af en beginnen we onze speurtocht opnieuw. Op een of andere manier voelt het hier beter. Al krijgen we bij de eerste zes appartementen weer “vol” te horen. Bij een appartement worden we door de receptioniste te woord gestaan die een kilo wiet gerookt heeft of net een buitenlichamelijke ervaring mee maakt.

Haar toon was één al zweefverigheid en de stilte tussen haar zinnen waren soms minuten lang voordat ze weer verder ging. We laten haar maar achter in haar roes en zoeken verder. Puck noteert overal de nummers van verhuurders op bordjes langs de weg. We stoppen even en bellen er een rits vanaf en dan hebben we beet. Een vriendelijke vrouwen stem wijst ons de weg via de telefoon. We worden wederom net zo vriendelijk verwerwelkomt en ze opent de deur van het appartement. 

Het is prachtig en het ruikt er naar verse lavendel velden, we horen dat iemand anders zijn vlucht heeft gemist en wij kunnen hier drie nachten verblijven. We ruimen onze tas uit terwijl Catharina (de eigenaresse) de bedden voorziet van fris hagelwit beddengoed. Het voelt of we de hoofdprijs in de loterij hebben gewonnen, helemaal als ik even achterover ga liggen op een werkelijk hemels matras. Op de bovenste verdieping is nog meer moois.

We nemen een douche en gaan een hapje eten om deze spannende reisdag in rust af te sluiten. De maaltijd smaakt weer zalig en het restaurantje is naast het lekkere eten ook prachtig om naar te kijken. Alle zintuigen worden hier geprikkeld.

Langs de boulevard lopen we terug naar huis, ja zo snel kan een plekje eigen zijn. Er valt hier nog genoeg buitenleven te beleven.


Groet van de buitenman.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.