Na een aantal dagen strand, boek, hangmat en zwembad gaat het kriebelen om meer van de omgeving te willen zien. Ik trek mijn wandel slippers aan en neem voldoende vocht mee in mijn rugzak. Ik verwacht weinig tot geen schaduw plekken. 

Aan de andere kant van onze baai staat een klein kerkje. 
Als ik hem bereik zie ik dat de sleutel in het slot steekt. 


Ik draai de sleutel om en open de deur en beland gelijk voor een klein altaar. Het ruikt er naar de was van gebrandde kaarsen. Als ik omhoog kijk zie ik de kaarsjes ook branden. 


Ik verlaat het kerkje en loop de kuiten bijtende heling op. Bovenaan kom ik even op adem, de wind loeit met windkracht zes om mijn hoofd. De omgeving is dor en de bergen zijn voornamelijk met distels bekleed. Je bent een taaie plant als je het hier weet te overleven. 

Hoe hoger ik kom hoe verder mijn uitzicht reikt. Ik zie zelfs land aan de overkant. De wolken hangen daar vast in de bergen. 


Ik zie voor mij een groepje van vier geiten, drie geiten spotten mij en lopen weg de vierde slaapt zo vast en bemerkt mij niet omdat ik de wind in mijn gezicht heb. Ik sta stil voor hem en denk even dat hij doof is. Ik tuit mijn lippen en maak een hoog piepend geluid, de geit schrikt, springt op en loopt weg zonder om te kijken.


Een heel stuk verder zie ik een wat grotere kerk op berg van een landtong. Ik loop in een bocht omhoog en drink wat in de schaduw van de kerk. Het is een mooi uitzicht door de gewelven heen. De kerk zelf zit op slot.


Ik volg mijn pad en zie in de diepte mooie kleine baaien met kraakhelder water. 


Ik zoek de weg naar beneden en daal af. Hoe meer ik afdaal hoe duidelijker de contouren van een diep gebruinde naakte vrouw afsteken op het spierwitte zand. Als ik het strand op wandel knik ik vriendelijk en zoek een plekje verderop. Ik krijg het gevoel alsof ik op de set van Adam zoekt Eva ben beland. Ik trek dan ook maar mijn adamskostuum aan. 


Ik loop vol zelfvertrouwen langs de vloedlijn haar kant op, op zoek naar het onbekende.! Haha, nee dat laatste was een grapje. Ik pak wel mijn duikbril en snorkel en loop het water in. Ook de bodem is bedekt met spierwit zand. Bij mijn eerste onderwater blik zie ik een beestjes door het water zweven. Het zweeft van mij weg. Ik zwem in een boog en kom oog in oog met een inktvis. Wat een prachtig gezicht, ik laat hem of haar met rust en zwem verder. De onderwater wereld is hier prachtig. 

Als ik ben opgedroogd zeg ik de enige andere badgast gedag en klim de berg weer op. Ik geniet van de omgeving en de vergezichten als ik terug loop. 


Een wandeling in het buitenleven was weer heerlijk. 
Groet van de buitenman 

Geef een reactie